KeyboardGym

Excel-functies in het Nederlands en Engels

In de Nederlandse Excel hebben de meeste functies een eigen naam. Hier vind je 100 functies met allebei de namen.

Optellen en tellen

NederlandsEngelsWat doet de functie?
SOMSUMTelt de geselecteerde waarden of bereiken op.
SOM.ALSSUMIFTelt de waarden op die aan een voorwaarde voldoen.
SOMMEN.ALSSUMIFSTelt de waarden op die aan meerdere voorwaarden voldoen.
SUBTOTAALSUBTOTALGeeft een subtotaal met de gekozen berekening.
AGGREGAATAGGREGATEVoert een berekening uit waarbij je bijvoorbeeld foutwaarden en verborgen rijen kunt negeren.
GEMIDDELDEAVERAGEBerekent het rekenkundig gemiddelde.
GEMIDDELDE.ALSAVERAGEIFBerekent het gemiddelde van de waarden die aan een voorwaarde voldoen.
GEMIDDELDEN.ALSAVERAGEIFSBerekent het gemiddelde van de waarden die aan meerdere voorwaarden voldoen.
AANTALCOUNTTelt de cellen met een getal.
AANTALARGCOUNTATelt de cellen die niet leeg zijn.
AANTAL.LEGE.CELLENCOUNTBLANKTelt de lege cellen in een bereik.
AANTAL.ALSCOUNTIFTelt de cellen die aan een voorwaarde voldoen.
AANTALLEN.ALSCOUNTIFSTelt de cellen die aan meerdere voorwaarden voldoen.
MAXMAXGeeft de grootste waarde.
MINMINGeeft de kleinste waarde.
GROOTSTELARGEGeeft de op k-na grootste waarde in een matrix.
KLEINSTESMALLGeeft de op k-na kleinste waarde in een matrix.
RANG.GELIJKRANK.EQGeeft de rangorde van een getal in een lijst.

Voorwaarden

NederlandsEngelsWat doet de functie?
ALSIFGeeft een andere uitkomst, afhankelijk van of een voorwaarde waar of onwaar is.
ALS.VOORWAARDENIFSControleert meerdere voorwaarden op volgorde.
ALS.FOUTIFERRORGeeft een andere waarde als een formule een fout oplevert.
ALS.NBIFNAGeeft een andere waarde bij de fout #N/B.
SCHAKELENSWITCHVergelijkt een waarde met een lijst en geeft het bijbehorende resultaat.
KIEZENCHOOSEGeeft een waarde uit een lijst op basis van een volgnummer.

Logisch

NederlandsEngelsWat doet de functie?
ENANDGeeft WAAR als alle voorwaarden waar zijn.
OFORGeeft WAAR als minstens één voorwaarde waar is.
NIETNOTDraait een logische waarde om.

Zoeken en verwijzen

NederlandsEngelsWat doet de functie?
VERT.ZOEKENVLOOKUPZoekt een waarde in de eerste kolom van een tabel en geeft de bijbehorende waarde.
HORIZ.ZOEKENHLOOKUPZoekt een waarde in de eerste rij van een tabel en geeft de bijbehorende waarde.
X.ZOEKENXLOOKUPModerne zoekfunctie die, anders dan VERT.ZOEKEN, ook waarden links van de zoekkolom kan geven.
ZOEKENLOOKUPZoekt een waarde in gesorteerde gegevens.
INDEXINDEXGeeft een waarde uit een matrix op basis van de rij en kolom.
VERGELIJKENMATCHGeeft de relatieve positie van een waarde in een bereik.
X.VERGELIJKENXMATCHUitgebreide versie van VERGELIJKEN, met extra opties voor overeenkomst en zoekrichting.
VERSCHUIVINGOFFSETGeeft een verwijzing die verschoven is ten opzichte van een beginpunt.
INDIRECTINDIRECTZet tekst om in een celverwijzing.
RIJROWGeeft het rijnummer van een verwijzing.
RIJENROWSGeeft het aantal rijen in een matrix.
KOLOMCOLUMNGeeft het kolomnummer van een verwijzing.
KOLOMMENCOLUMNSGeeft het aantal kolommen in een matrix.

Tekst

NederlandsEngelsWat doet de functie?
LINKSLEFTGeeft de tekens aan het begin van een tekst.
RECHTSRIGHTGeeft de tekens aan het eind van een tekst.
DEELMIDGeeft tekens uit het midden van een tekst.
LENGTELENGeeft het aantal tekens in een tekst.
VIND.ALLESFINDGeeft de positie van een tekst, hoofdlettergevoelig.
VIND.SPECSEARCHGeeft de positie van een tekst, niet hoofdlettergevoelig.
VERVANGENREPLACEVervangt een deel van een tekst op basis van de positie.
SUBSTITUERENSUBSTITUTEVervangt een bepaalde tekst door nieuwe tekst.
TEKSTTEXTZet een waarde om in tekst met een notatiecode.
TEKST.COMBINERENTEXTJOINVoegt teksten samen met een scheidingsteken.
TEKST.SAMENVCONCATVoegt meerdere teksten samen.
TEKST.SAMENVOEGENCONCATENATEOudere functie om teksten samen te voegen.
SPATIES.WISSENTRIMVerwijdert overbodige spaties uit een tekst.
WISSEN.CONTROLCLEANVerwijdert tekens die niet kunnen worden afgedrukt.
HOOFDLETTERSUPPERZet tekst om in hoofdletters.
KLEINE.LETTERSLOWERZet tekst om in kleine letters.
BEGINLETTERSPROPERGeeft elk woord een beginhoofdletter.
WAARDEVALUEZet tekst die een getal voorstelt om in een getal.

Datum en tijd

NederlandsEngelsWat doet de functie?
VANDAAGTODAYGeeft de datum van vandaag.
NUNOWGeeft de huidige datum en tijd.
DATUMDATEMaakt een datum van een jaar, maand en dag.
TIJDTIMEMaakt een tijd van uren, minuten en seconden.
JAARYEARHaalt het jaar uit een datum.
MAANDMONTHHaalt de maand uit een datum.
DAGDAYHaalt de dag uit een datum.
WEEKDAGWEEKDAYGeeft het nummer van de dag van de week.
WEEKNUMMERWEEKNUMGeeft het weeknummer in een jaar.
ZELFDE.DAGEDATEGeeft de datum die een aantal maanden is verschoven.
LAATSTE.DAGEOMONTHGeeft de laatste dag van de maand, een aantal maanden verschoven.
DATUMVERSCHILDATEDIFGeeft het verschil tussen twee datums in de gekozen eenheid.
NETTO.WERKDAGENNETWORKDAYSGeeft het aantal werkdagen tussen twee datums.
NETWERKDAGEN.INTLNETWORKDAYS.INTLGeeft het aantal werkdagen, met zelf te kiezen weekenddagen.
WERKDAGWORKDAYGeeft de datum die een aantal werkdagen is verschoven.
WERKDAG.INTLWORKDAY.INTLGeeft de datum na een aantal werkdagen, met zelf te kiezen weekenddagen.

Wiskunde en financieel

NederlandsEngelsWat doet de functie?
AFRONDENROUNDRondt een getal af op het opgegeven aantal cijfers.
AFRONDEN.NAAR.BOVENROUNDUPRondt een getal naar boven af.
AFRONDEN.NAAR.BENEDENROUNDDOWNRondt een getal naar beneden af.
INTEGERINTRondt een getal naar beneden af op een geheel getal.
AFRONDEN.N.VEELVOUDMROUNDRondt een getal af op het dichtstbijzijnde veelvoud.
AFRONDEN.BOVENCEILINGRondt een getal naar boven af op een veelvoud.
AFRONDEN.BENEDENFLOORRondt een getal naar beneden af op een veelvoud.
ABSABSGeeft de absolute waarde.
RESTMODGeeft de rest na een deling.
SOMPRODUCTSUMPRODUCTVermenigvuldigt matrices en telt de uitkomsten op.
PRODUCTPRODUCTVermenigvuldigt de opgegeven getallen.
ASELECTRANDGeeft een willekeurig getal tussen 0 en 1.
ASELECTTUSSENRANDBETWEENGeeft een willekeurig geheel getal tussen twee getallen.
BETPMTBerekent de betaling voor een lening of annuïteit.
NPERNPERBerekent het aantal termijnen van een lening of annuïteit.

Dynamische matrices

NederlandsEngelsWat doet de functie?
FILTERFILTERFiltert rijen op basis van een voorwaarde.
SORTERENSORTSorteert een matrix op de opgegeven kolom en volgorde.
SORTEREN.OPSORTBYSorteert een matrix op basis van een andere matrix.
UNIEKUNIQUEGeeft de unieke waarden uit een bereik.
REEKSSEQUENCEMaakt een matrix met opeenvolgende getallen.
ASELECT.MATRIXRANDARRAYMaakt een matrix met willekeurige getallen.

Informatie

NederlandsEngelsWat doet de functie?
ISLEEGISBLANKControleert of een cel leeg is.
ISGETALISNUMBERControleert of een waarde een getal is.
ISTEKSTISTEXTControleert of een waarde tekst is.
ISFOUTISERRORControleert of een waarde een fout is.
ISNBISNAControleert of een waarde de fout #N/B is.

Zelf oefenen

Op de oefenpagina typ je de toetsen echt in, gratis en zonder account. Deze pagina is nog in het Engels.

Excel-functies oefenen